ECLI:NL:CRVB:2004:AR2493
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep inzake vergoeding extra dieetkosten op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Eiser, geboren in 1923 en vervolgd in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, ontving sinds 1979 een vergoeding voor extra dieetkosten. Na zijn verhuizing naar een verzorgingshuis in 2002 werd deze vergoeding beëindigd, waarna een hernieuwde aanvraag volgde. Verweerster kende een lagere vergoeding toe dan eiser vorderde.
Eiser stelde dat hij aanspraak had op een hogere vergoeding vanwege een speciaal eiwitrijk dieet met specifieke producten waarvan de kosten aanzienlijk hoger waren dan het normbedrag. De Raad overwoog dat verweerster terecht uitging van het normbedrag gebaseerd op het rapport van de Voedingsraad 1990 en medisch advies, omdat geen medische noodzaak was aangetoond voor de duurdere producten.
De Raad nam mee dat de berekening van de meerkosten was gebaseerd op een deskundige diëtist en dat de wijziging in omstandigheden, waaronder het niet meer gebruiken van Precithene en de verhuizing, een herbeoordeling rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde vergoeding voor extra dieetkosten wordt ongegrond verklaard.