ECLI:NL:CRVB:2004:AR2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak inzake WAO-uitkering en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ongegrond verklaarde. Het bestreden besluit betrof de toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65% per 26 maart 2001.
De Raad behandelde het verzoek om uitstel wegens ziekte van de gemachtigde van appellant, maar wees dit af omdat de feiten en standpunten voldoende duidelijk waren. De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de belastbaarheid van appellant juist was vastgesteld door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, en dat de geselecteerde functies passend waren op de datum in geding.
De Raad nam kennis van medische stukken van het Instituut Psychosofia en oordeelde dat daarop voldoende was gereageerd door de bezwaarverzekeringsarts. Ook volgde de Raad het arbeidskundige oordeel dat het verschil in belasting tussen het werk in de IT-sector en de geselecteerde functies adequaat was beoordeeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden tot heropening van het onderzoek of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.