ECLI:NL:CRVB:2004:AR2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgde of gelijkstelling op grond van anti-hardheidsbepaling Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Eiseres heeft verweerster in september 2002 verzocht haar te erkennen als vervolgde dan wel haar gelijk te stellen met een vervolgde op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij baseerde dit verzoek op haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, waarbij haar vader krijgsgevangene werd gemaakt en later door een Japanse patrouille werd doodgeschoten.
Verweerster wees het verzoek af omdat niet was gebleken dat eiseres vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet, noch dat zij in omstandigheden verkeerde die met vervolging vergelijkbaar waren. De Raad stelde vast dat eiseres niet van haar vrijheid was beroofd en dat er geen aanwijzingen waren voor onderduik of andere vervolgingsmaatregelen door de Japanse bezetter jegens haar of haar moeder.
De Raad overwoog dat de anti-hardheidsbepaling een discretionaire bevoegdheid aan verweerster geeft om personen gelijk te stellen met vervolgden, maar dat verweerster in redelijkheid heeft kunnen weigeren hiervan gebruik te maken. De dood van de vader van eiseres na de Japanse capitulatie werd niet als gevolg van vervolging aangemerkt. Gezien het ontbreken van vervolging of vergelijkbare omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard.
De Raad zag geen reden om in dit geval proceskosten toe te kennen en besloot het beroep af te wijzen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar verzoek tot erkenning als vervolgde of gelijkstelling wordt afgewezen.