ECLI:NL:CRVB:2004:AR2285
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid WAO-uitkering en belastbaarheid na bedrijfsongeval
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend na een bedrijfsongeval waarbij zijn rechterhand bekneld raakte. Aanvankelijk werd een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35% vastgesteld, later gecorrigeerd naar 55-65%. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en de opgelegde korting wegens te late aanvraag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het beroep af. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet kon werken onder een urenbeperking van 50%, dat psychische beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege zijn handbeperkingen en psychische belasting.
De Raad oordeelde dat de medische informatie geen beperkingen toonde die het gebruik van de rechterhand onmogelijk maakten en dat psychische beperkingen op de datum in geding niet aanwezig waren. De geselecteerde functies waren passend en het arbeidsongeschiktheidspercentage correct vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.