ECLI:NL:CRVB:2004:AR2280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag uitkering op grond van woonplaatscriterium in Maror-regeling
Appellante verzocht om een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen Stichting Maror-gelden Overheid, bedoeld voor leden van de Nederlands-Joodse gemeenschap die de nazivervolging hebben meegemaakt en woonachtig waren in Nederland tussen 10 mei 1940 en 8 mei 1945.
Gedaagde wees de aanvraag af omdat appellante gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog woonachtig was in Italië en daarmee niet voldeed aan het woonplaatsvereiste. Het beroep op de antihardheidsclausule werd eveneens afgewezen omdat er geen sprake was van onbillijkheden van overwegende aard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het woonplaatscriterium ruimhartig geïnterpreteerd moest worden, omdat zij noodgedwongen in Italië verbleef en haar familie bezittingen had verloren. De Raad volgde dit niet en bevestigde het besluit, stellende dat het Reglement niet bedoeld is voor personen die vóór het uitbreken van de oorlog in het buitenland verbleven en dat het doel van het Reglement niet is om verloren bezittingen te compenseren.
De Raad achtte de weigering van de uitkering redelijk en in overeenstemming met het beleidsdoel van het Reglement. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om uitkering werd afgewezen omdat appellante niet voldeed aan het woonplaatsvereiste tijdens de Tweede Wereldoorlog.