ECLI:NL:CRVB:2004:AR2272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen appellant
Appellant, voorheen productiemedewerker, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, wat leidde tot verlaging van zijn uitkering naar 15-25%.
Appellant betwistte dit besluit met argumenten over medicijngebruik, psychische klachten en voetklachten, ondersteund door medische verklaringen. De bezwaarverzekeringsarts en algemeen verzekeringsarts onderschreven echter het eerdere oordeel dat er geen sprake was van zwaardere beperkingen.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en dat de functies geschikt waren voor appellant. De ingebrachte nieuwe medische verklaring overtuigde niet van een toename van beperkingen op het relevante tijdstip. De Raad bevestigde daarom het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.