ECLI:NL:CRVB:2004:AR2223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- G.J.H. Doornewaard
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor administratieve werkzaamheden
Appellante meldde zich op 3 november 2000 ziek terwijl zij 20 uur per week als receptioniste/telefoniste werkte en daarnaast een werkloosheidsuitkering ontving voor 12 uur administratief werk. Verzekeringsartsen stelden vast dat er geen objectieve medische beperkingen waren die haar ongeschikt maakten voor haar werk. Na specialistisch onderzoek en een arbeidskundig rapport werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor lichte, afwisselende administratieve werkzaamheden.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep tegen de weigering van ziekengeld ongegrond. Appellante ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De Raad vond dat de juiste maatstaf was gehanteerd door uit te gaan van een totale urenomvang van 32 uur en dat de medische beperkingen onvoldoende waren om haar arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen.
Een aanvullend rapport van een reumatoloog uit 2003 bracht geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad achtte het standpunt dat appellant slechts 20 uur kon werken onvoldoende onderbouwd, mede omdat het administratieve werk licht en afwisselend van aard was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht geen ziekengeld meer ontvangt omdat zij geschikt werd geacht voor haar administratieve werkzaamheden.