ECLI:NL:CRVB:2004:AR0904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Waardering handelingsvrijheid sociaal verpleegkundige AGZ bij GGD Hart voor Brabant
De zaak betreft een geschil over de functiewaardering van een sociaal verpleegkundige AGZ bij de Gewestelijke Gezondheidsdienst Brabant-Noordoost, specifiek over de waardering van de secundaire factor handelingsvrijheid. De appellant, het dagelijks bestuur van de GGD Hart voor Brabant, had de functie gewaardeerd met 2 punten voor handelingsvrijheid, wat leidde tot indeling in salarisschaal 8, later opgewaardeerd naar schaal 9 met 3 punten.
De rechtbank had het besluit van de appellant deels vernietigd omdat de waardering van 2 punten voor handelingsvrijheid onvoldoende was onderbouwd, gezien het feit dat het werk van de sociaal verpleegkundige in de praktijk nauwelijks werd gecontroleerd. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de controle door de arts AGZ niet zodanig is dat een lagere score dan 3 punten gerechtvaardigd is. De Raad oordeelt dat de waardering van 2 punten onvoldoende steun vindt in de feiten en omstandigheden.
Daarnaast is de ingangsdatum van de salarisverhoging aan de orde. De Raad constateert onduidelijkheid over de datum waarop de formatieplaats is ontstaan en vernietigt het besluit van 24 juni 2002 wegens strijd met het motiveringsbeginsel. De Raad veroordeelt appellant tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt gegrond verklaard en het besluit van 24 juni 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de ingangsdatum.