ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onjuiste woonplaatsvaststelling
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar gedaagde stelde vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot en daardoor geen recht had op bijstand als alleenstaande. Gedaagde trok de bijstand in en vorderde terugbetaling over bepaalde perioden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante deels gegrond, maar de Raad oordeelt dat gedaagde onjuiste wettelijke grondslagen toepaste en onvoldoende onderzoek deed naar de feitelijke woonplaats van appellante. Het rapport waarop gedaagde zich baseerde was onvoldoende betrouwbaar.
De Raad stelt vast dat appellante vanaf 1 juni 1996 niet meer haar hoofdverblijf had in de gemeente Kerkrade, maar dat de intrekking van bijstand over de periode daarvoor onjuist was. Daarom wordt het besluit van 9 oktober 2001 vernietigd en moet een nieuw besluit worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode tot 31 mei 1996 en een nieuw besluit moet worden genomen.