ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot herziening van haar WAO-uitkering van 80-100% naar 15-25%, met ingang van 11 augustus 1999. De rechtbank 's-Gravenhage had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts Schonagen volgde en het rapport van de revalidatiearts Margry verwierp.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep behandeld en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het oordeel van Margry niet heeft gevolgd, omdat diens onderbouwing onvoldoende geobjectiveerd was. De Raad onderschreef de rapporten van Schonagen en de bezwaararbeidsdeskundige Overduin, die de geschiktheid van geselecteerde functies voor appellante onderbouwden.
De functies vertegenwoordiger, verkooptelefonist en receptioniste/telefoniste werden als passend beoordeeld, ondanks enkele bedenkingen over autorijden en gebruik van de niet-dominante hand. Het maatmaninkomen en mediaanloon werden vastgesteld, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 22,4%. De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.