ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en correctie van AOW-pensioen en toeslag na bezwaar en hoger beroep
De zaak betreft een geschil over de berekening van het ouderdomspensioen en de toeslag krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor een verzekerde. Na een besluit van de Sociale verzekeringsbank in mei 2000 over het pensioenbedrag, maakte de verzekerde bezwaar dat werd afgewezen. Vervolgens stelde de verzekerde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. In hoger beroep werd vastgesteld dat in het besluit op bezwaar verkeerde pensioenbedragen waren gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de verzekerde tijdvakken van de echtgenote en concludeerde dat de toeslag op 38% van het maximale bedrag moest worden vastgesteld. De Raad achtte het nieuwe besluit van januari 2004, waarin het pensioen werd vastgesteld op een te laag bedrag, onjuist en vernietigde dit besluit. De Raad stelde het pensioen met ingang van juli 2000 vast op € 264,63 per maand en de toeslag op € 209,50 per maand, tezamen € 474,13.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellanten geen belang meer hadden bij het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak, maar oordeelde dat het beroep tegen het nieuwe besluit gegrond was. De Sociale verzekeringsbank werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 augustus 2004 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard, het besluit van 13 januari 2004 vernietigd en het AOW-pensioen en toeslag met terugwerkende kracht vastgesteld.