ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8689
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vervolging
De erven van betrokkene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster om de aanvraag voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 af te wijzen. Betrokkene stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was geweest en dat zijn vader was omgekomen bij oorlogshandelingen.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad stelde vast dat er geen objectieve gegevens waren die het vervolgingsrelaas bevestigden, waaronder informatie van het Nederlandse Rode Kruis en archieven van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen.
Ook de discretionaire bevoegdheid om betrokkene gelijk te stellen met een vervolgde werd niet toegepast omdat de omstandigheden niet voldoende overeenkwamen met vervolging. De Raad oordeelde dat het besluit van verweerster redelijk was en dat de Wet niet voorziet in compensatie voor het leed dat betrokkene en zijn familie hebben ondervonden.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de uitkering wordt gehandhaafd.