ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 80-100% in hoger beroep WAO
Appellant betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), voorheen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit van het Uwv bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting op 25 juni 2004 verscheen appellant, bijgestaan door zijn advocaat, terwijl het Uwv zich liet vertegenwoordigen door een gemachtigde. De Raad heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank integraal overgenomen en de gronden van appellant in hoger beroep, die grotendeels een herhaling van eerdere bezwaren waren, verworpen.
De Raad concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot een ander oordeel en dat het besluit van 11 december 2000 tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% terecht was gehandhaafd. Tevens achtte de Raad geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% wordt bevestigd.