ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem geen WAO-uitkering toe te kennen omdat hij per 20 juni 2001 minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De Raad van bestuur van het Uwv heeft dit besluit gehandhaafd na bezwaar.
Medische onderzoeken door een verzekeringsarts en een zenuwarts met neuropsycholoog concludeerden dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk als allround computer medewerker en ook voor andere functies. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt op basis van vergelijking van loonwaarden.
Appellant heeft in hoger beroep alleen medische gronden aangevoerd, maar heeft geen bewijs geleverd dat de beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld. De Raad oordeelt dat het Uwv zorgvuldig en volledig onderzoek heeft verricht en dat de belastbaarheid van appellant niet is overschat.
De Raad volgt de rechtbank in de conclusie dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en dat de weigering van de WAO-uitkering terecht is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WAO-uitkering ontvangt omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt is.