ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering per 25 maart 2000, omdat zij volgens haar meer dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn, zowel lichamelijk als psychisch. De Raad van bestuur van het UWV had de uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
In hoger beroep bracht appellante aanvullende medische verklaringen in van haar psychiater en huisarts, en stelde dat het eerdere psychiatrische onderzoek onzorgvuldig was, mede vanwege een slechte vertaling tijdens het onderzoek. De Raad stelde vast dat de eerdere medische onderzoeken, waaronder die van een onafhankelijke verzekeringsarts en een klinisch psycholoog, zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de bevindingen consistent waren.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische verklaringen geen nieuwe gezichtspunten boden die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook vond de Raad geen reden om af te wijken van het oordeel van de onafhankelijke medische deskundige. Het verzoek om een nader psychiatrisch onderzoek werd afgewezen. De intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is.