ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering die met ingang van 12 mei 1998 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Later werd vastgesteld dat appellant vanaf september 1998 werkzaamheden als chauffeur had hervat, wat leidde tot een toename van zijn inkomsten uit arbeid.
Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde uitkeringen over de periode van 21 september 1998 tot en met 30 april 2000. Appellant voerde aan dat UWV onzorgvuldig handelde door pas na twee jaar tot terugvordering over te gaan, mede omdat hij in maart 1999 een inkomensverklaring had ingevuld.
De Raad overwoog dat UWV op grond van de WAO verplicht is onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn om daarvan af te zien. Van dergelijke dringende redenen is in dit geval geen sprake gebleken. Het beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.