ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onjuiste beoordeling belastbaarheid en functies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een WAO-uitkering per 1 december 1999, omdat zij volgens gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van de medische deskundige Bürer niet volgde vanwege onvoldoende objectiveerbare medische onderbouwing van de nekklachten.
In hoger beroep stelt appellante dat de nekklachten reeds geruime tijd bestonden en dat de rechtbank ten onrechte verder ging dan het geschil tussen partijen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onterecht niet het oordeel van de onafhankelijke medische deskundige Bürer volgde, die stelde dat appellante meer en andere beperkingen had, met name wat de nekfunctie betreft.
De Raad stelt dat slechts twee van de door appellante verrichte functies geen intensief gebruik van de nek vereisen, maar dat deze onvoldoende representatief zijn om de schatting te onderbouwen. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt gedaagde een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de bevindingen.
Verder wijst de Raad het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af omdat schade nog niet is vastgesteld. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.