ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen ziekengeld na ziekmelding wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant ontving sinds juli 2000 een WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en meldde zich op 25 juli 2001 ziek. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigerde ziekengeld toe te kennen omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad baseert zich op verzekeringsgeneeskundige rapporten waarin is vastgesteld dat appellant, ondanks een operatie aan zijn linkerhand, geschikt bleef voor de functies die bij de WAO-herbeoordeling in juni 2001 voor hem waren geselecteerd. Er zijn geen tegenstrijdige medische gegevens ingebracht die dit oordeel rechtvaardigen.
De Raad benadrukt dat onder 'zijn arbeid' wordt verstaan de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid of, bij blijvende ongeschiktheid en geen hervatting, gangbare arbeid zoals bij WAO-beoordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd omdat de medische situatie onveranderd bleef en appellant geschikt werd geacht voor de betreffende functies.
Uitkomst: Het besluit om geen ziekengeld toe te kennen na ziekmelding wordt bevestigd.