ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit tot herziening van een WAO-uitkering vernietigde. De rechtbank oordeelde dat de arbeidskundige grondslag van de schatting ondeugdelijk was, mede vanwege onvoldoende rekening met het opleidingsniveau en de omvang van de maatman.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank deels bevestigd en deels verworpen. De Raad oordeelt dat de medische beperkingen van de betrokkene juist zijn vastgesteld, waarbij de verklaring van de behandelend arts onvoldoende onderbouwd was om het oordeel van de verzekeringsarts te weerleggen. De Raad stelt dat het opleidingsniveau van de betrokkene, mede door zijn werkervaring, voldoende is om te voldoen aan de eisen van de voor hem geschikte functies.
Daarnaast wijst de Raad erop dat de omvang van de maatman van 50 uur per week wel degelijk is meegenomen in het arbeidsdeskundige rapport waarop de schatting is gebaseerd. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het Uwv ongegrond, waarmee het besluit tot herziening van de WAO-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.