ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6915

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4689 MAW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • T. Hoogenboom
  • D.A.C. Slump
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:75 AwbArt. 18 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in bestuursrecht ongegrond verklaard

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit omdat volgens artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen uitspraken van de rechtbank in bepaalde bestuursrechtelijke zaken geen hoger beroep openstaat.

Opposant had geen nieuwe gronden aangevoerd die de eerdere overwegingen konden weerleggen of die een uitzondering op het appèlverbod konden rechtvaardigen. De Raad overwoog dat er geen sprake was van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die het appèlverbod konden doorbreken.

De Raad wees ook het argument van opposant af dat verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad, omdat die uitspraak niet op dezelfde wettelijke grondslag was gebaseerd. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van 29 januari 2004 werd gehandhaafd.

De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2004, waarbij de voorzitter en leden het verzet verwierpen en het appèlverbod bevestigden.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

03/4689 MAW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Duitsland, opposant,
en
de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 29 januari 2004 het door opposant ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van opposant door de rechtbank 's-Gravenhage op 30 juni 2003, onder nummer AWB 02/4867 MAWKLU, tussen partijen gegeven uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Tegen die uitspraak heeft opposant bij brief van 9 maart 2004 verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 17 juni 2004. Daar is opposant in persoon verschenen. Geopposeerde heeft zich niet ter zitting doen vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposant in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die afbreuk kunnen doen aan de overweging in de uitspraak waartegen het verzet is gericht.
De Raad overweegt daartoe als volgt.
In artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van een rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Uit hetgeen opposant heeft aangevoerd blijkt niet van evidente schending door de rechtbank van eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen die zou hebben kunnen leiden tot doorbreking van dit appèlverbod.
Ter voorlichting van opposant overweegt de Raad nog dat appellants verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Raad inzake een niet-ontvankelijkverklaring vergeefs is, reeds omdat die uitspraak van de Raad niet is gedaan op een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, die was gedaan onder toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb.
Uit het vorenstaande volgt dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en
mr. T. Hoogenboom en mr. D.A.C. Slump als leden, in tegenwoordigheid van
mr. E.W.F. Menkveld-Botinga als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2004.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) E.W.F. Menkveld-Botinga.
HD
7.07