ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens voldoende middelen ondanks tegenvallende bedrijfsresultaten
Appellante ontving sinds oktober 1995 een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouders. Zonder dit te melden richtte zij in november 1995 samen met haar ex-partner een vennootschap onder firma op, die in juni 1996 werd omgezet in een eenmanszaak. Naar aanleiding hiervan werd haar bijstandsuitkering beëindigd.
Appellante vroeg vervolgens bijstand aan als zelfstandige, maar deze aanvraag werd in augustus 1996 afgewezen omdat zij niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Na bezwaar en beroep bevestigde de rechtbank dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende middelen had om in haar zakelijke en levensonderhoudskosten te voorzien. Dit bleek uit een schuldbekentenis van een lening van 20.000 gulden onder gunstige voorwaarden, een liquiditeitsprognose waaruit een aanmerkelijk banksaldo bleek, en een salaris dat zij ontving van een bedrijf van haar ex-partner. Dat de bedrijfsresultaten achteraf tegenvielen, deed hieraan niet af.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag en zag geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen omdat appellante over voldoende middelen beschikte.