ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, die sinds 1992 als onderhoudsmedewerker werkte maar in 1996 wegens psychische klachten stopte, ontving tot november 1997 een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In 2000 werd hem wegens herstel van zijn longinfectie en stabiele psychische toestand geen ziekengeld meer toegekend vanaf 29 september 2000. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit werden ongegrond verklaard.
De medische gegevens toonden aan dat de longafwijkingen in september 2000 waren hersteld en dat de psychische klachten al jaren stabiel waren. De Raad onderschreef het oordeel dat appellant geschikt was voor de voorgestelde functies, die als maatstaf voor arbeid dienden. Nieuwe medische stukken na de relevante datum en onder een andere wetgeving werden niet meegenomen.
De Raad vond geen gronden om het besluit te vernietigen en bevestigde het bestreden besluit, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd omdat appellant niet langer ongeschikt was voor arbeid.
Uitkomst: Het besluit om geen ziekengeld meer toe te kennen vanaf 29 september 2000 wordt bevestigd.