ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 6 september 2000 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken omdat zij per 28 december 1999 minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De Raad van bestuur van het UWV, opvolger van het LISV, verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat door gewekt vertrouwen en de gang van zaken het intrekkingsbesluit had moeten worden herroepen. De Raad oordeelde dat niet aannemelijk was dat het UWV gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat de uitkering zou worden voortgezet. De aanzegging van 27 oktober 1999 was duidelijk en werd niet teruggenomen. Ontvangen betalingen na die datum en communicatieproblemen gaven geen rechten.
Medische en arbeidskundige beoordelingen bevestigden dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het besluit tot intrekking rechtmatig was en dat het hoger beroep niet slaagde. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.