ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- D.J. van der Vos
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken bewijs huwelijk en aangehuwde kinderen
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor kinderen die hij als aangehuwde kinderen opvoerde, geboren uit het huwelijk van zijn echtgenote met een ander. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, weigerde kinderbijslag omdat geen gelegaliseerde huwelijksakte was overgelegd en de moeder niet op de geboorteakten stond vermeld. Na onderzoek in Pakistan door een vertrouwensadvocaat concludeerde gedaagde dat de kinderen niet uit het huwelijk van appellant en zijn echtgenote voortkwamen.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, maar kreeg geen volledige inzage in het rapport van de vertrouwensadvocaat, wat de rechtbank Amsterdam rechtvaardigde op grond van artikel 8:29 Awb Pro. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze beperking onterecht was en dat de onthouding van informatie een schending van fundamentele bestuursrechtelijke beginselen betekende, waardoor de eerdere uitspraak vernietigd moest worden.
De Raad vond geen reden om aan de conclusies van het onderzoek te twijfelen en bevestigde dat de weigering van kinderbijslag terecht was omdat niet was aangetoond dat de kinderen aangehuwde kinderen van appellant waren. De rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.