ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een uitzendbureau over de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen premiecorrectienota’s over 1999 en 2000. Gedaagde had proforma bezwaar aangetekend zonder de gronden tijdig te motiveren en verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden.
Het UWV stelde dat het verzoek om uitstel niet adequaat was beantwoord en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de gronden toch voldoende waren ingediend en verklaarde het beroep gegrond. Het UWV stelde dat de rechtbank een tegenstrijdige uitspraak had gedaan omdat het bezwaar niet concreet genoeg was.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het schrijven van 24 juli 2002 een gemotiveerd verzoek om uitstel was, maar dat het UWV dit niet als zodanig heeft opgevat en geen adequate reactie gaf. Hierdoor kan het besluit tot niet-ontvankelijkheid niet standhouden, maar de uitspraak wordt op andere gronden bevestigd. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en veroordeelt het UWV in de proceskosten van gedaagde.