ECLI:NL:CRVB:2004:AP9250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beslissing over terugvordering van ten onrechte verleende bijstandsuitkering wegens pensioeninkomsten
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin werd vastgesteld dat zij in de periode van mei 1998 tot augustus 2000 ten onrechte bijstand had ontvangen omdat pensioeninkomsten niet waren gekort. Gedaagde besloot de teveel betaalde bijstand terug te vorderen op grond van de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank had het eerdere terugvorderingsbesluit vernietigd wegens het ontbreken van een herzieningsbesluit, waarna gedaagde een nieuw besluit op bezwaar nam dat als rechtsgeldig werd aangemerkt. Appellante stelde dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, onder meer vanwege gezondheidsproblemen en zorg voor zieke ouders.
De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldeden aan de hoge drempel van artikel 78, derde lid, Abw, die terugvordering alleen kan matigen bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe besluit het eerdere verving en het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe terugvorderingsbesluit ongegrond.