ECLI:NL:CRVB:2004:AP8745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch. J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over winstbegrip bij berekening inkomsten uit arbeid voor WAO-korting
Gedaagde, een zelfstandige ondernemer die een boomkwekerij exploiteert, ontving een WAO-uitkering die werd gekort op grond van zijn fiscale winst over de jaren 1997, 1999 en 2000. De winst omvatte ook een boekhoudkundige waardering van de aanwas van eigen kweekproducten, die nog niet feitelijk was gerealiseerd door verkoop. Gedaagde stelde dat deze 'papieren winst' buiten beschouwing moest blijven bij de berekening van zijn inkomsten uit arbeid volgens artikel 44 van Pro de WAO.
De rechtbank oordeelde dat alleen feitelijk genoten inkomsten in aanmerking mochten worden genomen en vernietigde de kortingsbesluiten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de fiscaal vastgestelde netto winst, inclusief de waardering van aanwas volgens algemeen aanvaarde normen, het juiste uitgangspunt is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de fiscaal verantwoorde netto winst van een zelfstandige, die wordt bepaald volgens goed koopmansgebruik en fiscale waarderingsregels, als inkomsten uit arbeid moet worden aangemerkt. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep van gedaagde werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de fiscaal vastgestelde netto winst inclusief aanwas uitgangspunt is voor de berekening van inkomsten uit arbeid en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond.