ECLI:NL:CRVB:2004:AP7976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid voor onbetaalde premies ondanks verzoek tot terugkomen van besluit
Appellant is op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies door een besloten vennootschap. Dit besluit is onherroepelijk geworden omdat er geen rechtsmiddelen tegen zijn aangevoerd.
Appellant verzocht bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om terug te komen van deze aansprakelijkstelling, stellende dat de curator in het faillissement van de vennootschap had afgezien van een procedure wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, wat volgens appellant aanleiding zou moeten zijn voor heroverweging.
De Raad oordeelt dat dit geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van de curator was reeds bekend ten tijde van het oorspronkelijke besluit. Het verzoek kon daarom zonder nader onderzoek worden afgewezen met verwijzing naar het eerdere besluit.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond verklaarde en wijst het verzoek tot terugkomen af. Tevens wordt benadrukt dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen doorslaggevende rol speelt bij de beoordeling van een verzoek tot terugkomen.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Schoemaker en uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2004.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen van de hoofdelijk aansprakelijkstelling wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.