ECLI:NL:CRVB:2004:AP4599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Sociale Verzekeringsbank over terugwerkende kracht AOW-pensioen
Appellante, geboren in 1930 en woonachtig in Marokko, vroeg in 2000 een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank kende haar pensioen toe met terugwerkende kracht van één jaar, omdat geen bijzonder geval werd aangenomen voor een eerdere ingangsdatum. Appellante stelde dat haar late aanvraag te wijten was aan onbekendheid met haar rechten, mede door het feit dat zij geen aanvraagformulier ontving zoals in Nederland gebruikelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onbekendheid met rechten uit verdragsbepalingen geen bijzonder geval oplevert. In hoger beroep herhaalde appellante haar argumenten, maar de Raad overwoog dat algemene onbekendheid met het pensioenrecht geen bijzonder geval vormt, zeker niet bij langdurige buitenlandse verblijf. Tevens kon het niet bevorderen van een aanvraag door de Sociale Verzekeringsbank niet leiden tot een bijzonder geval.
Echter, de Raad stelde vast dat de aanvraag van de echtgenoot in januari 2000 mede als aanvraag voor appellante had moeten worden beschouwd, omdat haar pensioenrecht uitsluitend op zijn verzekeringsloopbaan was gebaseerd. Daarom had de Sociale Verzekeringsbank de terugwerkende kracht vanaf die datum moeten berekenen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de Sociale Verzekeringsbank een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt vernietigd en een nieuw besluit met volledige terugwerkende kracht wordt bevolen.