ECLI:NL:CRVB:2004:AP3112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant verzocht om verhoging van zijn WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, ingaande 6 oktober 2000. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde dit verzoek en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Alkmaar oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende aanleiding boden om te concluderen dat de beperkingen van appellant waren onderschat.
De Raad van Beroep heeft in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De medische grieven van appellant werden niet nader onderbouwd met aanvullende medische gegevens, waardoor niet kon worden vastgesteld dat appellant zwaarder beperkt was dan reeds aangenomen. De Raad nam daarbij het belastbaarheidspatroon van september 2000 en de informatie van het Jan van Breemeninstituut mee in haar beoordeling.
Hoewel appellant ter zitting meldde te lijden aan een ijzerstapelingsziekte vastgesteld in het Slotervaartziekenhuis, bood dit geen grond voor herziening van het besluit. De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit buiten toepassing te laten of te vernietigen en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.