ECLI:NL:CRVB:2004:AP3084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op het oordeel dat zij sinds 22 oktober 2000 niet langer arbeidsongeschikt was. De rechtbank Maastricht had het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat het intrekkingsbesluit was gebaseerd op een zorgvuldige medische voorbereiding en dat appellante geen tegenbewijs had geleverd.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar belastbaarheid was overschat en dat bepaalde functies te belastend voor haar waren. De Raad overwoog echter dat appellante geen medische gegevens had aangeleverd ter onderbouwing van haar stellingen en dat de beschikbare medische gegevens, waaronder een expertise van een orthopedisch chirurg, voldoende waren om het oordeel te ondersteunen.
De Raad concludeerde dat de medische beperkingen op de relevante datum juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren geacht. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 22 oktober 2000 wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.