ECLI:NL:CRVB:2004:AP2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over belastbaarheid en WAO-schatting van appellante
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd vastgesteld dat zij op de datum van 2 juli 2001 weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor werkzaamheden binnen geselecteerde functies. Dit resulteerde in een verlies aan verdiencapaciteit van 30% volgens de Wet op de arbeidsongevallenverzekering (WAO).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep werd gevraagd dit oordeel te toetsen. De Raad overwoog dat de belastbaarheid van appellante, vastgesteld door verzekeringsarts J.M. Blankenberg, niet was overschat. De door appellante aangevoerde medische bezwaren waren onvoldoende onderbouwd en boden geen reden voor nader onderzoek.
Verder benadrukte de Raad dat de eigen opvatting van een verzekerde over zijn of haar arbeidsongeschiktheid niet beslissend is onder het arbeidsongeschiktheidscriterium van de WAO. Ook was er geen aanleiding om het besluit te vernietigen op grond van artikel 8:69 of Pro 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellante geschikt is voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 30%.