ECLI:NL:CRVB:2004:AP2608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), omdat hij vanaf de relevante datum niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. De rechtbank Breda had dit bezwaar ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege zijn klachten niet kon werken, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende is zonder objectieve medische onderbouwing.
De Raad benadrukte dat arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO alleen kan worden vastgesteld indien op grond van objectieve medische criteria vaststaat dat de verzekerde niet in staat is om te werken. De eigen opvatting van de verzekerde is niet beslissend. De medische gegevens in dit dossier wezen niet op een dergelijke objectieve arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gegeven door rechter K.J.S. Spaas op 15 juni 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid op objectieve medische gronden.