ECLI:NL:CRVB:2004:AP2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant vroeg een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) wegens schouderklachten na een val tijdens het werk. Gedaagde weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn na de wettelijke wachttijd van 52 weken.
Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid herberekend op 35 tot 45%, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische advisering zorgvuldig was en de functies passend waren. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ernstiger beperkt was, maar kon dit niet met objectieve medische gegevens onderbouwen.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten en de passendheid van de functies voldoende waren en dat de eigen beleving van appellant geen doorslaggevende betekenis had. Ook het verzoek tot vergoeding van kosten werd afgewezen omdat geen sprake was van een bijzondere situatie waarin het bestuursorgaan tegen beter weten in had gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.