ECLI:NL:CRVB:2004:AP2042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellante diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering, die door gedaagde werd afgewezen op grond van het ontbreken van medische beperkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de deskundige onvoldoende aanwijzingen vond voor een ziektebeeld dat arbeidsongeschiktheid veroorzaakte.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met twijfels van de deskundige over haar geschiktheid voor het eigen werk en dat er geen arbeidskundig onderzoek was verricht. Tevens stelde zij dat haar spraakstoornis en algemene ontwikkelingen in het onderwijs haar ongeschikt maakten.
De Raad volgde de deskundige Van Zandvoort die na uitgebreid onderzoek concludeerde dat er geen psychiatrische ziekte was die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. Ook werd het ontbreken van lichamelijk onderzoek niet als gebrekkig beoordeeld gezien de beschikbare medische gegevens. De Raad achtte de medische situatie op de datum in geding bepalend en vond geen nieuwe feiten die een herziening van het besluit rechtvaardigden.
De Raad bevestigde dat gedaagde bevoegd was de tweede aanvraag af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro en oordeelde dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: De afwijzing van de WAO-uitkering aan appellante wordt bevestigd wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding.