ECLI:NL:CRVB:2004:AP1844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar wegens functieongeschiktheid zonder eervol ontslag
Appellant was sinds 1978 werkzaam bij de politie en sinds 1994 medewerker basispolitiezorg. Na een traumatische gebeurtenis en relationele problemen werd hij in 2000 betrokken bij een incident met zijn echtgenote, leidend tot strafrechtelijke veroordelingen wegens mishandeling en verduistering. Gedaagde, de Korpsbeheerder, besloot appellant te ontslaan op grond van functieongeschiktheid volgens artikel 94, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
Appellant stelde dat het ontslag onterecht was en dat het predikaat 'eervol' ten onrechte aan het ontslagbesluit was onthouden. De Raad oordeelde dat de ongeschiktheid terecht was vastgesteld vanwege het schaden van het vertrouwen in het korps en het ontbreken van vereiste eigenschappen voor de functie. Ook werd bevestigd dat gedaagde bevoegd was het ontslagbesluit te nemen en dat het dienstbelang prevaleerde.
Echter, de Raad stelde vast dat het predikaat 'eervol' volgens artikel 94, tweede lid, Barp niet mocht worden onthouden bij ontslag wegens functieongeschiktheid. Omdat gedaagde dit wel had gedaan, vernietigde de Raad het besluit en de eerdere uitspraak en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd omdat het predikaat 'eervol' ten onrechte werd onthouden; gedaagde moet een nieuw besluit nemen.