ECLI:NL:CRVB:2004:AP1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per februari 2000
Appellante verzocht om een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde deze per 8 februari 2000 toe te kennen omdat zij toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig is uitgevoerd. Hoewel appellante psychische klachten niet goed kon verwoorden door een taalbarrière, is dit in de bezwaarprocedure adequaat onderzocht. De Raad concludeert dat deze klachten op de datum in geding niet bevestigd noch onderbouwd waren.
De latere toekenning van een WAO-uitkering vanaf 21 februari 2001 wegens toegenomen klachten leidt niet tot de conclusie dat de eerdere beoordeling onjuist was. De Raad neemt mee dat de toename van klachten pas na de datum in geding is ontstaan. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per 8 februari 2000 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.