ECLI:NL:CRVB:2004:AP1512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gelijktijdige behandeling bij Raad
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen van 31 juli 2003, waarin een nadere besluitvorming door het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan de orde was. Deze uitspraak volgde op een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juni 2002, waarbij het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Naar aanleiding van het nieuwe besluit van 13 november 2002 maakte appellant bezwaar, dat door het College werd doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank behandelde dit bezwaar als beroep en deed op 31 juli 2003 uitspraak. Appellant ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen de uitspraak van 10 juni 2002 reeds bij hem aanhangig was op het moment dat de rechtbank het nadere besluit behandelde. Gezien de wettelijke regeling in de Awb was de rechtbank daarom niet bevoegd om te beslissen over het beroep tegen het nadere besluit. De uitspraak van 31 juli 2003 werd vernietigd wegens onbevoegdheid. De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht door de gemeente Apeldoorn aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onbevoegdheid en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.