ECLI:NL:CRVB:2004:AP1127
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Maastricht tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep van gedaagde tegen het besluit van 23 september 2003 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Gedaagde ontving sinds 1997 een bijstandsuitkering, die per 1 januari 2001 werd beëindigd omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar voormalige echtgenoot, wiens inkomen hoger was dan de bijstandsnorm voor gehuwden.
Gedaagde verzocht op 17 april 2003 om herziening van dit besluit, stellende dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, zoals communicatieproblemen en gewijzigde gezinssituaties. Verzoeker wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gebleken. De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat de rechtbank niet langer de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit als beslissend beschouwt en dat het verzoek om herziening alleen kan slagen bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De aangevoerde feiten waren al bekend ten tijde van het oorspronkelijke besluit. Daarom was het afwijzen van het verzoek zonder nader onderzoek gerechtvaardigd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan de gemeente Maastricht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van herziening wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.