ECLI:NL:CRVB:2004:AP1043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op afwijzing AAW-uitkering wegens onvoldoende nieuw feiten
Appellant verzocht om een AAW-uitkering met ingang van 22 oktober 1992. Gedaagde (UWV) wees dit verzoek in 1994 af omdat appellant in het voorafgaande jaar geen inkomen uit arbeid had ontvangen. Na een hernieuwd verzoek in 1998 en daaropvolgende bezwaren en onderzoeken, bleef gedaagde bij het standpunt dat onvoldoende bewijs bestond voor inkomen uit arbeid in 1991.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat een bestuursorgaan terughoudend moet worden getoetst bij weigering terug te komen op een onherroepelijk besluit, waarbij alleen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening.
De Raad concludeerde dat de door appellant overgelegde stukken onvoldoende waren om aan te tonen dat hij in 1991 inkomen uit arbeid had genoten. Met name ontbraken controleerbare gegevens over de aard en omvang van de onderneming en de rol van appellant daarin. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de eerdere afwijzing van de AAW-uitkering wordt bevestigd.