ECLI:NL:CRVB:2004:AP0947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht en afwijzing bijzondere bijstand
Appellant ontving jarenlang bijstand, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een aanvraag voor bijzondere bijstand voor aanschaf van duurzame goederen vond een huisbezoek plaats op het opgegeven adres. De bevindingen en verklaringen leidden tot de conclusie dat appellant vanaf 1 mei 1999 niet op het opgegeven adres woonde, maar bij zijn vriendin in een andere gemeente.
Gedaagde trok de bijstandsuitkering per 1 mei 1999 in en wees de aanvraag voor bijzondere bijstand af. Appellant voerde aan dat hij wel op het opgegeven adres woonde en dat de intrekking onterecht was. De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen door het juiste woonadres niet te melden, waardoor hij ten onrechte bijstand ontving.
De Raad stelde vast dat de intrekking terecht was op grond van artikel 63 en Pro 65 Abw en dat er geen dringende redenen waren om van intrekking af te zien. Ook de afwijzing van de bijzondere bijstand was terecht omdat appellant niet woonachtig was in de gemeente van gedaagde. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 mei 1999 en de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand worden bevestigd.