ECLI:NL:CRVB:2004:AP0500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij correctienota's
Appellante stelde bezwaar in tegen correctienota's over de jaren 1993 tot en met 1997, maar dit bezwaar werd door gedaagde niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen binnen de zeswekentermijn zoals gesteld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de brief van 3 februari 1999 geen pro forma bezwaarschrift was en dat het bezwaar van 1 mei 1998 te laat was ingediend. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door een brief van gedaagde op het verkeerde been was gezet, maar deze stelling werd door de Raad ongeloofwaardig bevonden, mede omdat appellante dit niet eerder had aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare reden.