ECLI:NL:CRVB:2004:AP0495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling beperkingen betrokkene
Appellante, werkzaam geweest als groenteninpakster, werd vanwege medische klachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na een reeks medische onderzoeken en rapportages, waaronder van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, werd geconcludeerd dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%, waarna haar WAO-uitkering werd ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en voerde onder meer nieuwe medische klachten aan, ondersteund door rapporten van een revalidatiearts. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep hebben deze rapporten en het bezwaar onderzocht. De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te herzien, mede omdat de aanvullende medische informatie onvoldoende objectief was en de verzekeringsarts de belastbaarheid zorgvuldig had vastgesteld.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van objectieve onderbouwing van de klachten en het feit dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen.