ECLI:NL:CRVB:2004:AO9959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet- en WAO-uitkering wegens fictieve arbeidsovereenkomst voor verblijfsvergunning
Appellante tekende in 1996 een arbeidsovereenkomst voor schoonmaakwerkzaamheden, maar werd later ziek gemeld vanwege zwangerschap. Zij ontving ziekengeld en een WAO-uitkering. Naar aanleiding van een fraudeonderzoek bij haar werkgever, een schoonmaakbedrijf, bleek dat de arbeidsovereenkomst en loonbetalingen fictief waren opgesteld om verblijfsvergunningen voor in het buitenland verblijvende partners te verkrijgen.
Het onderzoek toonde aan dat appellante niet in de feitelijke agenda-administratie van het bedrijf voorkwam en geen enkele getuige haar als werknemer herkende. Appellante gaf wisselende en tegenstrijdige verklaringen over haar werkzaamheden en erkende uiteindelijk niet voor het bedrijf te hebben gewerkt. De uitkeringen werden daarom herzien en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, stellende dat appellante geen werknemer/verzekerde was ingevolge de Ziektewet en WAO en dus geen recht had op de uitkeringen. Ook de stellingen over onzorgvuldige verhoren werden verworpen.
Uitkomst: Appellante is geen werknemer/verzekerde en heeft geen recht op Ziektewet- en WAO-uitkering; de terugvordering van uitkeringen wordt bevestigd.