ECLI:NL:CRVB:2004:AO9837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid directeur voor onbetaald gebleven premies en opgelegde boete
Appellant was sinds 1990 directeur van een besloten vennootschap (BV) die in de jaren 1991 tot en met 1997 meerdere keren werd gewezen op dwangbevelen en de meldingsplicht bij betalingsonmacht. Na een looncontrole over 1993-1995 werden correctie- en boetenota's opgelegd wegens administratieve onvolkomenheden en onbetaalde premies.
Gedaagde stelde appellant aansprakelijk voor de onbetaald gebleven premies op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Appellant kreeg de mogelijkheid om aan te tonen dat het niet aan hem te wijten was dat geen melding van betalingsonmacht was gedaan, maar faalde hierin. De Raad oordeelde dat het wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid niet is weerlegd.
Appellant leverde geen bewijs dat de hoogte van de premies en boetenota's onjuist was of dat hij geen aandeel had in de bedrijfsvoering. De Raad bevestigde daarom het eerdere besluit en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkheid van appellant voor onbetaald gebleven premies en de opgelegde boete.