ECLI:NL:CRVB:2004:AO9330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van ontslagdatum en voorschot werkloosheidsuitkering
Appellante, voormalig unitmanager bij de Raad voor de Kinderbescherming, heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om de ontslagdatum te wijzigen van 1 januari 2001 naar 1 december 2000 en om een voorschot op een werkloosheidsuitkering te ontvangen.
De Raad overweegt dat het ontslagbesluit van 23 augustus 2000 met ingang van 1 januari 2001 rechtsgeldig en onaantastbaar is geworden, omdat appellante daartegen geen rechtsmiddelen heeft aangewend. De wijziging van de ontslagdatum kan daarom niet worden toegewezen. De wijziging van regelgeving (Wet OOW fase 2) die na het ontslagbesluit in werking trad, vormt geen nieuw feit dat herziening rechtvaardigt.
Ten aanzien van het verzoek om een voorschot op de werkloosheidsuitkering wijst de Raad erop dat gedaagde niet bevoegd is dit toe te kennen; die bevoegdheid ligt bij de Minister van Binnenlandse Zaken. De weigering van gedaagde om het voorschot te verlenen en het bezwaar daarop had niet niet-ontvankelijk verklaard mogen worden. Het beroep wordt gegrond verklaard voor dit onderdeel en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.
De Raad veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het voorschot op de uitkering, maar het verzoek tot wijziging van de ontslagdatum wordt afgewezen.