ECLI:NL:CRVB:2004:AO8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over beëindiging tijdelijk dienstverband ambtenaar defensie
Appellante was tijdelijk aangesteld als onderwijskundige bij het Instituut Defensie Leergangen. Haar dienstverband liep van rechtswege af per 1 maart 2000, zoals meegedeeld in een brief van 11 januari 2000. Appellante verzocht op 6 maart 2000 om herstel van haar aanstelling, maar dit verzoek werd niet adequaat behandeld. De Staatssecretaris van Defensie verklaarde haar bezwaren tegen de beëindiging niet-ontvankelijk en wees het beroep af.
De Raad oordeelt dat de brief van 11 januari 2000 wel degelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat het de weigering inhoudt het dienstverband voort te zetten. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden doordat appellante geen rechtsmiddelen heeft aangewend.
Verder constateert de Raad dat de brief van 6 maart 2000 onmiskenbaar een verzoek bevat om terug te komen op het besluit van 11 januari 2000, maar dat gedaagde dit verzoek niet heeft behandeld. Het besluit op bezwaar is daardoor ondeugdelijk gemotiveerd en wordt vernietigd. Gedaagde wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het tijdelijke dienstverband wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar.