ECLI:NL:CRVB:2004:AO8667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over boetenota's en verzuim bij oproepkrachten in taxibedrijf
Appellante exploiteert een taxibedrijf met oproepkrachten voor rouw- en trouwvervoer. Het geschil betreft correctienota's en boetenota's over de jaren 1997 tot en met 1999 vanwege niet-afgedragen premies werknemersverzekeringen.
De rechtbank had geoordeeld dat oproepkrachten in dienstbetrekking stonden en dat appellante premies had moeten afdragen. Voor 1997 was geen sprake van een tweede verzuim, maar voor 1998 en 1999 wel, waardoor lagere boetes van 37,5% in plaats van 50% werden opgelegd. Appellante stelde dat bezwaar en beroep tegen eerdere boetenota's betekende dat er geen tweede verzuim was en dat zij mocht vertrouwen op een maximale boete van 25%.
De Raad oordeelt dat de toelichting op het ABC-besluit waarop appellante zich beroept, in strijd is met de Awb en dat bezwaar en beroep de werking van het besluit niet schorsen. Hierdoor faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de eerdere uitspraak, waarmee de boetenota's en het oordeel over het tweede verzuim standhouden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat voor 1998 en 1999 sprake is van een tweede verzuim en wijst het beroep af.