ECLI:NL:CRVB:2004:AO8398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen jaaropgave Algemene nabestaandenwet
Appellante maakte bezwaar tegen de jaaropgave 2000 van de Algemene nabestaandenwet (Anw) die zij van de Sociale verzekeringsbank ontving. Gedaagde verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat een jaaropgave geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de jaaropgave geen rechtsgevolg heeft en daarom niet vatbaar is voor bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld waarbij partijen niet verschenen. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een jaaropgave feitelijke informatie betreft waartegen geen bezwaar mogelijk is. De Raad benadrukt dat het bezwaar alleen openstaat tegen besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb.
Hoewel appellante een discrepantie in de jaaropgave aanvoerde, acht de Raad geen grond om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Wel merkt de Raad op dat gedaagde appellante tegemoet zou moeten komen met een juiste opgave, mede gezien het belang voor belastingaangifte. De Raad ziet echter geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de jaaropgave 2000 is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.