ECLI:NL:CRVB:2004:AO7611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag en gebrekkige re-integratie
Appellant was sinds 1989 in dienst bij het Hoogheemraadschap van Delfland en viel in 1990 uit wegens ziekte. Na een periode van arbeidsongeschiktheid werd hij in 1995 volledig arbeidsgeschikt verklaard, maar hervatte zijn oude functie niet omdat deze inmiddels door een ander was ingevuld. Gedaagde startte een loopbaaninterventietraject dat niet leidde tot een nieuwe functie voor appellant. In december 1997 werd appellant opgedragen zijn oude functie weer te vervullen, maar viel hij in februari 1998 opnieuw uit wegens ziekte.
Na twee jaar arbeidsongeschiktheid werd appellant in 2000 opnieuw volledig arbeidsgeschikt verklaard, maar hervatte hij zijn werkzaamheden niet. Gedaagde verleende hem daarop eervol ontslag wegens onbekwaamheid per 1 februari 2001. Appellant voerde in hoger beroep aan dat geen volledige heroverweging had plaatsgevonden en dat het ontslagbesluit op onvoldoende feitelijke gronden berustte.
De Raad oordeelde dat de bezwaarschriftencommissie wel degelijk een volledige heroverweging had verricht. Echter, de Raad stelde vast dat appellant door langdurige ziekte zijn bekwaamheden was kwijtgeraakt en gedaagde onvoldoende had gedaan om hem binnen de organisatie te laten re-integreren of duidelijk te maken wat van hem werd verwacht. Hierdoor ontbrak een voldoende feitelijke grondslag voor het ontslagbesluit. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens onbekwaamheid wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en gebrekkige re-integratie.